Inleiding
Haaruitval bij mannen komt bijna altijd door androgenetische alopecia, oftewel erfelijke haaruitval. Rond hun vijftigste heeft ongeveer de helft van de mannen ermee te maken, en wat het met je zelfvertrouwen doet, is niet niks.
Er zijn verschillende routes: supplementen, verzorging van de hoofdhuid, natuurlijke middelen en receptplichtige medicijnen zoals minoxidil of finasteride. Ze zijn niet allemaal even goed onderbouwd, en geen enkele past bij iedereen. Dit artikel zet op een rij wat er over elke route bekend is, zodat je er met een arts over kunt praten.
De medicijnen die hier genoemd worden, zijn alleen op recept verkrijgbaar. Ze worden uitsluitend door een apotheek verstrekt, op recept, na een individuele medische beoordeling, en ze hebben bijwerkingen die je vooraf moet bespreken.
Supplementen
Supplementen leveren de voedingsstoffen die een haarzakje nodig heeft om te werken. Ze zijn zinvol als een tekort is vastgesteld, en een stuk minder zeker als dat niet zo is. Te weinig ijzer of zink verzwakt het haar en bevordert de uitval; dat tekort aanvullen helpt meestal. Zonder tekort blijft het effect klein.
Biotine en zink
Biotine speelt mee in de verwerking van eiwitten, vetten en koolhydraten. Een tekort komt in West-Europa weinig voor, maar verzwakt het haar wel en kan uitval veroorzaken. Suppletie vult dat tekort aan. Wie geen tekort heeft, merkt er volgens de beschikbare gegevens niets van.
Zinc helpt bij het reguleren van de talgklieren en bij herstel van weefsel. Een bloedonderzoek laat zien of suppletie zinvol is.
Zaagpalm zit in veel supplementen. In het laboratorium remt het 5-alfareductase, het enzym dat testosteron omzet in DHT, het hormoon achter androgenetische alopecia. Klinisch onderzoek bij mannen is schaars en van lage kwaliteit: een aanwijzing, geen vaststaande behandeling.
Antioxidanten en aminozuren
Vitamine E en C remmen de oxidatieve stress die het haarzakje verzwakt. Cysteïne en methionine, twee zwavelhoudende aminozuren, zitten in de opbouw van keratine zelf.
Dit alles vervangt geen evenwichtige voeding. Het vult aan, wanneer de voeding eenzijdig is of een bloedwaarde een tekort laat zien.
Medicijnen
Twee stoffen zijn goed onderbouwd bij androgenetische alopecia bij mannen: finasteride en minoxidil. Beide zijn alleen op recept verkrijgbaar.
Finasteride remt 5-alfareductase type 2 en verlaagt de DHT-spiegel, het hormoon dat het haarzakje geleidelijk laat krimpen. Als tablet, één per dag, remt het de uitval en maakt het bestaande haar dikker.
Minoxidil werkt anders. Het opent kaliumkanalen in de cellen van het haarzakje en verlengt de groeifase, de anagene fase. Op de hoofdhuid aangebracht, meestal twee keer per dag, verhoogt het de dichtheid op de behandelde plek.
Werking, duur en bijwerkingen
Beide werken zolang je ze gebruikt. Stop je ermee, dan is de winst binnen een paar maanden weer weg. De eerste zichtbare resultaten laten drie tot zes maanden op zich wachten.
Finasteride kan seksuele bijwerkingen geven: minder zin in seks, erectie- of ejaculatiestoornissen. Ze komen bij een minderheid van de gebruikers voor en verdwijnen meestal na het stoppen. Ook stemmingsklachten zijn beschreven. Minoxidil op de hoofdhuid kan irritatie, jeuk en ongewenste haargroei geven op de plekken waar het terechtkomt; als tablet heeft het effecten op hart en bloedvaten die gecontroleerd moeten worden.
Hier begin je niet in je eentje aan. Een arts weegt de voordelen tegen de risico's af, gezien je situatie, je voorgeschiedenis en wat je ervan verwacht.
Natuurlijke middelen
Aloë vera, ricinusolie, uiensap
Sommigen beginnen liever met iets dat geen medicijn is. Aloë vera, ricinusolie en uiensap komen steeds terug. De onderbouwing is zwak, maar ze worden goed verdragen en kosten weinig.
Aloë vera kalmeert en geeft vocht. Het vermindert irritatie van de hoofdhuid en helpt de openingen van de haarzakjes vrij te houden. Dat is handig als seborroïsch eczeem de ontsteking in stand houdt.
Ricinusolie, ook wel wonderolie, bevat veel ricinolzuur en vitamine E. Als masker aangebracht, vaak gemengd met een lichtere olie zoals kokosolie, voedt het de haarschacht en maakt het die soepeler. Op de haardichtheid heeft het geen aangetoond effect.
Uiensap bevat zwavelverbindingen, die worden ingebouwd in keratine. Het enige beschikbare klinische onderzoek, in 2002 gepubliceerd door Sharquie en Al-Obaidi, ging over alopecia areata – een auto-immuunziekte die losstaat van androgenetische alopecia – en zag bij de meeste deelnemers nieuwe haargroei. Dat resultaat laat zich niet doortrekken naar gewone kaalheid. De geur blijft het grootste bezwaar.
Etherische oliën
Etherische oliën gebruik je om de hoofdhuid te masseren. De massage zelf verbetert de doorbloeding ter plekke, de olie voegt haar eigen werking toe.
Pepermunt, lavendel, rozemarijn
Pepermuntolie verwijdt de bloedvaten en verhoogt zo de doorbloeding van de hoofdhuid. Lavendelolie werkt antimicrobieel en helpt de talgproductie in balans te brengen, wat een geïrriteerde hoofdhuid tot rust kan brengen.
Rozemarijn is van de drie het best onderzocht. Een Iraanse studie, in 2015 gepubliceerd door Panahi, vergeleek rozemarijnolie zes maanden lang met minoxidil 2% bij mannen met androgenetische alopecia. Beide groepen gingen ongeveer evenveel vooruit, met minder jeuk in de rozemarijngroep. Eén studie, met weinig deelnemers: een bemoedigend signaal, geen bewijs van gelijkwaardigheid.
Puur breng je deze oliën nooit aan. Verdun ze in een draagolie, kokos of jojoba, voordat ze de hoofdhuid raken.
Vitamine D
Een laag vitamine D-gehalte hangt samen met verschillende vormen van haaruitval, waaronder androgenetische alopecia en alopecia areata. Dat verband is beschreven. Welke kant het op werkt, is minder duidelijk.
De rol in de haarcyclus
De vitamine D-receptor zit in het haarzakje en speelt mee bij het op gang brengen van de groeifase. Een tekort verstoort die cyclus. Nieuwe haarzakjes maakt vitamine D niet – hun aantal ligt al voor de geboorte vast – maar het houdt de bestaande aan het werk.
De belangrijkste bron blijft zonlicht. Is dat onvoldoende, dan dragen vette vis, eieren en verrijkte zuivel bij, en kan een arts suppletie voorschrijven.
Eerst meten, dan slikken
Een bloedonderzoek laat zien hoe je ervoor staat. Vooral aan het eind van de winter is dat zinvol, en voor iedereen die het grootste deel van de dag binnen zit. Een vastgesteld tekort aanvullen helpt; slikken zonder tekort niet, en hoge doses over langere tijd geven kans op vergiftiging.
Voeding
Eenzijdige voeding verzwakt het haarzakje. Goede voeding laat geen haar teruggroeien, maar voorkomt dat er nog een uitvalfactor bovenop een toch al ongunstige aanleg komt.
De voedingsstoffen die ertoe doen
Omega 3-vetzuren uit vette vis, walnoten en lijnzaad houden de hoofdhuid in goede staat. IJzer brengt zuurstof naar de cellen van het haarzakje: ijzertekort is een van de meest voorkomende oorzaken van diffuse haaruitval, vooral bij vrouwen. Je vindt het in rood vlees, peulvruchten en groene bladgroenten. Vitamine E, uit noten, zaden en plantaardige oliën, beschermt de cellen tegen oxidatieve stress.
In de praktijk
Groene groenten, vers fruit, magere eiwitten, goede vetten. Niets spectaculairs. Het is de basis waar de rest op rust.
Welke arts je kunt raadplegen
Zodra de uitval doorzet of versnelt, kijkt een arts eerst waar het vandaan komt voordat er behandeld wordt. Niet alle haaruitval is erfelijk: ijzertekort, een schildklieraandoening, telogeen effluvium na een schok of een aandoening van de hoofdhuid vragen elk om een andere aanpak.
De medische opties
De dermatoloog onderzoekt de hoofdhuid, doet zo nodig een trichoscopie en vraagt de bloedwaarden aan die nodig zijn. Afhankelijk van de oorzaak kan de behandeling bestaan uit minoxidil op de hoofdhuid, finasteride als tablet, PRP-injecties – bloedplaatjesrijk plasma – of, bij gevorderde kaalheid, een haartransplantatie.
Controle en bijsturen
Regelmatige controle laat zien wat werkt en maakt het mogelijk bij te sturen wat niet werkt. Daar zit het grootste deel van het verschil: een behandeling die je volhoudt, levert meer op dan een sterkere die je na twee maanden laat vallen.
Bij Hairdex spreek je in een videoconsult met een arts die gespecialiseerd is in haaruitval. Die schrijft een recept uit als jouw situatie daarom vraagt.
Conclusie
Er is niet één pasklaar antwoord op haaruitval. Supplementen vullen tekorten aan, natuurlijke middelen kalmeren de hoofdhuid, medicijnen grijpen in op het hormonale mechanisme. Meestal worden meerdere van die knoppen tegelijk gebruikt.
Wat het zwaarst weegt, is niet de stof en niet het supplement. Het is het moment. Hoe eerder je begint, hoe meer haarzakjes er nog te redden zijn.

